Maandelijks archief: april 2014

State of Delaware

Finike/Turkije

De Amerikaanse vlag is fris en helder, pas gestreken, vers uit de verpakking. Als ik langs loop heb ik het gevoel medestanders te hebben getroffen. Stoere Amerikanen, voor geen oceaan bang.
Tot ik merk dat zeker 10% van de boten die ik tegenkom allemaal met een verse Amerikaanse vlag uit Delaware afkomstig zijn. Wel een heel erg reislustige staat denk ik nog even naief. Het valt me op dat ik de andere Amerikaanse staten nergens op een andere boot aan tref.
Ik krijg argwaan, is dit een voorbeeld van een fiscale truc?
Een gloednieuwe zeilboot, 40 voet, Frans fabricaat, ligt een paar plaatsen verder bij ons aan de steiger. Op een middag verschijnt er een nieuwe bemanning, 5 mens sterk, ze spreken Russisch. Een Turkse official van de haven introduceert ze aan boord. In gebroken Engels doet hij z’n verhaal. Ze lijken de essenties te begrijpen. De volgende dag tuigen ze de boot, de zeilen zijn gloednieuw. Ze varen nog niet uit, het lijkt als of het de nieuwe eigenaren zijn.
Als ze even pauzeren verschijnt zelfs de vlag achterop, Amerikaans.
Het heeft wel iets, Russische eigenaren met een Franse boot, gefinancierd binnen een Amerikaanse fiscale constructie.
Op de kont… State of Delaware

Advertenties

Sigara içmek yasaktir

Finike/Turkije

Op de stoep staat iemand te roken, gezien de kleding duidelijk een toerist of een zeiler. De rest van het gezelschap tref ik binnen in het restaurant.

Op drie-vier plaatsen binnen hangt een groot bord: Sigara içmek yasaktir. Mijn Turks is onvoldoende om het te kunnen vertalen, maar de symbolen op hetzelfde bord spreken boekdelen. Het is hier verboden om te roken.
Er hangt binnen een stevige damp. Wat wil je, aan zeker vier tafels zitten Turkse mannen om tafel, stevig dampend, ongehinderd door het bordje boven hun hoofd.

Op de een of andere manier heb ik het beeld dat in Turkije de mannen stevig roken. Waar je ze ook maar tegenkomt, er staan er altijd wel een paar met een sigaret in hun mond.

Het is een vreemde situatie, de verboden die zo’n duidelijke taal spreken, die door de buitenlanders zo goed worden begrepen en dan tegelijkertijd het verbod dat zo massaal wordt genegeerd.
Het is dubbel, de bevolking die zich van het rookverbod zo weinig aantrekt en de buitenlanders, de gasten, die zich zo duidelijk aan de regels houden.

Het voelt krom, Sigara içmek yasaktir, een echt verbod of alleen maar window dressing?

Dorp

Finike/Turkije

Bij de douches hangt een mededeling. Vanavond wordt er een film gedraaid. Een activiteit uit een groep van velen. Iedere ochtend, middag of avond is er wel iets te doen. Koffie/Theeochtend, bbq, spelletjes, concert, wandeling, sport, excursies, winkelen. Voor wie Duits, Frans of Brits is wordt er nog meer georganiseerd. Oh, ja, een verzoek, of we vandaag en morgen van de hondjes af kunnen blijven. Ze zijn net door tegen vlooien en teken behandeld.

Eigenlijk is zo’n bootjesgemeenschap waar we dezer dagen liggen net een dorp. Een meertalige dorp, een soort winterkolonie van verschillende pluimage, in rust voor er weer uitgevlogen kan worden. Winterdag en nu in het voorjaar zijn er geen dag gasten meer, de charters die dagelijks in en uitvaren zijn er nog niet. Neen, wie hier ligt heeft de veiligheid van de gemeenschap gezocht, lekker dicht op elkaar gekropen, net pinguïns met hun bibs naar de storm.

Naast de “winter naar huis” bewoners van ons dorp, zij die na een paar weken aftuigen en opruimen heen gaan en in omgekeerde volgorde ook weer terugkomen, wordt het dorp vooral bepaald door de “blijvers”. Thuislozen die hun thuis hier in den vreemde hebben gevonden. Hun thuis is hun boot. De echte “blijvers” herken je aan hun schotel antenne, eventueel twee, hun ATB tegen de elektrakast, hun plantenbak op de wal en hun potjes met kruiden in het gangboord.

Zeker onder de, meestentijds, blijvers hangt een stevige “ons kent ons sfeer” en onvermijdelijk ook een belangrijke “jou wil in niet meer kennen” sfeer met alle bij behorende roddels. Als “winter naar huis” bewoner ontgaan de roddels ons wat. We horen er, zo als meer, gewoon niet bij. Wel zo rustig op dit punt.

Langzaam komt er weer leven in het dorp. Veel contracten zijn afgelopen rond het midden of eind van de maand. Zeilen worden weer uit hun zakken getoverd, dekzeilen bijeen gevouwen, motoren beproeft, bijboten weer op spanning gebracht, buitenboord motoren gestart. De Turkse gemeenschap groeit met de toenemende drukte mee, er wordt weer gewassen, gepoetst aan de boten, gerepareerd, boodschappen gedaan. Iedere dag wordt het dorp weer wat kleiner, nemen er weer bemanningen toeterend afscheid.

Bom

Finike/Turkije

Al jaren nemen we op onze thuis-uitreis de meest bizarre voorwerpen mee. Na een windgenerator, een scheepsschroef en een watermakermembraam nemen we bij onze reis midden in de zomer van 2013 alvast een boiler mee. Wat eerder niet gebeurde, blijkt nu het geval. De massieve hoeveelheid rvs van de boiler passeert de scanner van de douane dit keer niet ongemerkt. De 40 cm hoge/40 cm doorsnee metalen bom was voor de douane voldoende reden de bagage te openen en aan een extra inspectie te onderwerpen. Precies om die reden hadden we er alvast de gebruiksaanwijzing boven op gelegd.

Het speelt al een tijdje, de thermostaat van de boiler is weer defect. Zo kan het niet langer. Twee dagen ben ik bezig, slang voor slang en millimeter voor millimeter de oude boiler van haar plaats te krijgen.

Pas dan is er ruimte om het fundament te bevestigen, de oorspronkelijke bouten passen niet meer. Ik heb geluk. Om de, grotere, boiler geplaatst te krijgen is geen verbouwing van de badcel nodig. Soms, zoals in het geval van de generator, rest er niets anders dan de wasmachine weg te halen en via de opening daar achter de te grote apparaten naar binnen te duwen. Vandaag niet, scheelt weer een dag werk.

Het is millimeter werk. Na het vastzetten van de boiler bedraagt de speling nog maar 5 mm aan de bovenkant. Slang voor slang, draad voor draad, verwarmingsbuis voor verwarmingsbuis, sluit ik het geheel weer aan. Een klus van uren, dubbelgevouwen tussen duikcompressor, boiler en generator. Pas 16 uur later kan de stroom weer aan. Even later hebben we ook weer warm water.

Tijd om mijn rug te strekken, de bom is geplaatst, de lekstroom indicator blijft op groen.

Retired

Finike/Turkije

Zeker in voor en naseizoen is het aantal kinderrijke bemanningen op een hand te tellen, bijna 100% van de boten, zo ze al bewoond zijn, wordt bewoond door een degelijk en ouder man-vrouw paar. De kinderschare, eventueel als kleinkind, passeert pas weer hoogzomer langs onze boeg.
We baren opzien, twee vrouwen met zo’n stevige metalen bak, te midden van al die ouderen om ons heen. De reacties zijn wisselend.
Op een dag ben ik railingnetten aan de railing aan het knopen. Een klusje dat nog rest uit ons transport en schilderavontuur vorig jaar. Een vrouw begint geamuseerd een praatje met me te maken. Ze herkent veel van de dingen die bij ons technisch voorvallen aan boord. Vrouw/vrouw, we zitten duidelijk op dezelfde golflengte, van het knopen van railingnetten komt niet veel meer.
Tot Christien zich op de steiger meldt, vers stokbrood steekt, heerlijk geurend uit haar tas. Het gesprek valt stil, wordt wat hakkelig. Mijn gesprekpartner moet duidelijk even heel snel schakelen in haar hoofd. Twee vrouwen en geen man?
De dagen er na komt het gezellige gesprek niet meer makkelijk meer op gang, de andere partij moet duidelijk wennen aan afwijking van de zo anders ingeschatte situatie. Na een paar dagen volgt de vraag hoe lang we elkaar al kennen en samen zeilen. Het antwoord van Christien, geeft weer opnieuw ruimte voor langdurig schakelen.
Precies op de plek waar ons ponton aan de kade begint, nestelt zich een aantal weken een motorboot, landgenoten. Vriendelijk als ik ben zeg ik ze telkens als ik langsloop even goedendag. Christien doet hetzelfde. Aangezien dit ook de route naar de douche en toiletten is, overspoelen we ze feitelijk met vriendelijkheid.
Geen woord retour, wekenlang blijft het kruiswoordraadsel, het borduurwerk, de koffie en de thee belangrijker dan onze groet beantwoorden. Zijn ze zo doof? Of geven we af, zijn we soms besmettelijk? Kennelijk is onze roze “twee vrouwen”presentatie niet ontwapend genoeg om de weerzin tegen ons soort weg te nemen.
Het is apart, waar we toch regelmatig links en rechts een praatje kunnen maken lopen we soms tegen dit soort weerstanden aan. Eigenlijk is de drijvende bootjes bevolking niet anders dan een doorsnee ouderen wijk. Toch valt het af en toe gewoon tegen als je stuit op de beperkte visie bij stukjes van ons gepensioneerden dorp. Als door afwijken van de norm het gesprek verstomd.

Achter de heuvels

Lycië/Turkije

Het is vanaf het water moeilijk een inschatting te maken van kleur, geur en uitvoering van het binnenland. Net zoals het bijna onmogelijk is aan de landkant een voorstelling te maken van het geheel van baaitjes en rotspunten die de Turkse zuidkust van Lycië zo kenmerkt. Wij hebben geluk en kunnen het allebei.

Het is fascinerend. Volkomen onverwacht rijden we bergwegen, nemen haarspeldbochten en lopen van het ene op het andere moment aan tegen gigantische verschillen in microklimaat. De Italiaanse populier (Populus Nigra), die hele hoge smalle die je zoveel tegenkomt in ons eigen land als erfafscheiding, blijkt een mooie graadmeter. In eigen land is ze zeker niet de vroegste met uitlopen, hier even min. Het is heel apart om, voor of na een bergrug, ineens dalen te treffen waarin ze al bijna vol in blad staat en dan weer een dal waarin de knoppen nog maar nauwelijks beginnen te zwellen. Er tussenin talloze variaties in kleuren van geelachtig grijs (net begonnen) tot frisgeel/groen (al een stuk op streek).

Als er iets is dat de streek onmiddellijk achter de Lycische kust van Turkije kenmerkt, is het toch wel die gigantische streep van kassen, zeker 200 kilometer lang en op sommige plaatsen wel 20 kilometer breed. In tegenstelling tot ons eigen Westland, zijn de kassen, type halfronde nissenhut, afgedekt met plastic. Van een glazen stad kun je dus niet spreken. Toch zijn de meeste ook hier voorzien van ingewikkelde ventilatiesystemen en ramen die naar wens gesloten of geopend kunnen worden. Terwijl we er door heen rijden, nu in het voorjaar zijn het vooral tomaten die worden geoogst, realiseren we ons in Turkije’s groentetuin te rijden. De kilometerslange kasstraten, het overzicht vanaf de hoger geleden weg over de “plastic” stad, tot ver achter de horizon. Je bent er gewoon stil van, zeker als je je de kwetsbaarheid van zo’n concentratie kassen realiseert voor de voedselvoorziening in Turkje. Ik moet er niet aan denken dat een aardbeving zoals er zoveel in de afgelopen eeuwen deze streken hebben getroffen, de productie ineens voor maanden of misschien wel jaren stil legt.

De bergen achter de groentetuinen zijn hoog, imposant en woest. In de winter ligt er sneeuw, herhaaldelijk verwijzen bordjes naar de skigebieden. De dalen en hellingen die we passeren zijn contrasterend, dan weer zijn de dorpen pover, huizen met leem afgestreken en veelvuldig met planken hersteld, dan weer rijden we door een gemeenschap waar de huizen duidelijk regelmatig kunnen worden onderhouden, een verdieping meer, viervoudig vloeroppervlak. Hier boert men zichtbaar beter. In plaats van magere koeien en schapen, domineren hier de langgerekte boomgaarden het beeld. Een enkele wijngaard met wijnhuis, ligt tussen de rijkdom verstopt.

Iedere bergrug of schouder geeft weer nieuwe verrassingen, regelmatig stuiten we op smalle bergstroompjes, nog droogstaande beken eigenlijk, dan weer kruist een herder met zijn kudde, koeien of honderden schapen, onze weg.

Het is verrassend, de dorpen zo dicht achter de kust zijn nog heel traditioneel. Mannen in hun traditionele pakken, vrouwen, in wijde broek en hun specifieke witte muts-hoofddoek. Onder de indruk zijn we ons er ineens heel erg bewust van de vraag hoe Westerse vrouwen zich dienen te gedragen/kleden in een zo traditionele samenleving.

Super

Marmaris/Turkije

Ik zal het eerlijk toegeven, eigenlijk kwamen we speciaal hiervoor.

Het is nauwelijks te geloven zoveel goud, roestvrijstaal, strakke witte lijnen, zoveel rijkdom, meters lang bij elkaar. Natuurlijk rijden we niet 350 kilomeer alleen maar om ons aan al dit geglitter te verlekkeren. Een dagje Mekka, spreekwoordelijk dan wel te verstaan. Bijna nergens in de Oostelijke Middellandse Zee, vind je zoveel bedrijven, met zoveel ervaring, bij elkaar.

We doen onze zaken, afspraken over het herschilderen van het antislipdek –herstel van de ijsbaan, een schilderfout van vorig jaar- , de boegschroef –de man lijkt te snappen waar het overgaat- , de zwaardcilinder –eindelijk iemand die weet waar die zit en waar die voor is bedoeld- , een mogelijke revisie en opslag van onze zeilen in de komende winter. Zelfs het in en uithalen van de boot kunnen we al afspreken.

We zijn het gewend –wat blasé- maar dan van afstand. Op onze reis kwamen we ze overal wel tegen. Bijna altijd de grootste, breedste of best uitgeruste. Puerto Williams, Puerto Montt, Juan Fernandez, Paaseiland, Tahiti, Auckland, Noumea, Singapore, Phuket en vooral hier in dit stukje van de Middellandse Zee.
Pronkstukken, van binnen en van buiten, een vleugel, een Maserati je kan het zo gek niet bedenken. Hier op de buitenterreinen en in de havens van Yacht Marin, ligt gewoon het goud van de aarde. Althans van dit deeltje van de Middellandse Zee.

Drie/vier verdiepingen hoog, manshoge scheepsschroeven, onder de kont de auto van de bemanning. Meters van weelde. Salonramen waar je thuis in je doorzon woning nog een vermogen voor betaalt. We slenteren er een tijdje tussen door, zoveel pracht en praal, zoveel onbereikbaarheid zoveel glitter en blingbling Het doet gewoon pijn aan je ogen. Alsof je door een onzichtbare sluis een miljardairs wereld betreedt.

Even vraag ik me af hoe zoveel kubieke meters superjacht, zo netjes neus aan kont, op de wal kon worden gezet, maar op hetzelfde moment realiseer ik me, dat ik er in Puerto Montt gewoon naast stond. Dat twee/drie dagenlang met een grote uitschuifbare kraan een extra zeilroller werd geplaatst. De onderhoudsploeg die overal op de wereld zorgde voor de techniek stond een aparte werkplaats container ter beschikking die overal achter ze aan werd gebracht.

Zo lopend tussen het supergeweld, realiseer je je dat de miljarden vloot die hier ligt geparkeerd nergens mee vergelijkbaar is.

Ik stap terug, ga door mijn virtuele doorgangspoort terug. Terug naar mijn wereld, de wereld van een rollertje, wat schuurpapier en mijn defecte toilet. Voldaan rijden we weer naar huis, zo’n uitstalling aan superjachten, zo’n zeilmakerij –de grootste misschien wel van deze hoek van de Middellandse Zee- die vind je nergens.
Wegrijdend verdwijnt de vlek van spiegelend wit, van roestvrij staal en stealth grijze rompen weer achter de horizon.

Nog een paar weken, dan komen we ze weer tegen, schijnbaar een stukje kleiner, dobberend in de baai.

Stil op straat

Marmaris/Turkije

Finike is doods. De badplaats is uitgestorven. Als we een straatje inlopen worden we als eerste vrouwelijke toeristen van dit jaar onthaalt. De sierradenverkoper weet niet hoe hij ons het hof kan maken Er is nog niets te doen.

De aanblik van de stad doet me wat denken aan Polen en de Baltische staten. Parken, design jaren 60 die zo weggelopen lijken te zijn vanachter het voormalig ijzeren gordijn. Alsof ooit een “parkarchitect” parken en speeltoestellen heeft ontworpen die harmoniëren met de woonkazernes erom heen. Hier geen woonkazerne, wat rest is betonnen parkmeubilair. Het is een vreemd gezicht, de betonnen wip, de betonnen glijbaan en vooral de betonnen bankjes erom heen. Ze zitten naast hard, nog koud zo vroeg in het seizoen.

Het is een merkwaardig gezicht, de betonnen parkelementen, fel oranje bollen, lampen en semi-pret elementen. Prachtig gekleurd, maar wel heel erg beton.

Zo’n toeristenplaats voor het seizoen. De eerste gasten schuifelen, nog wat huiverig voor de soms kille wind over straat. Ooit toen ik in Noordwijk woonde, was dit de tijd dat de gasten nog over de zandduinen in kop van de belangrijkste winkelstraat moesten stappen voor ze een etalage konden bekijken, een winkel in konden gaan. Het is net als het eind van het orkaanseizoen, het laat zich niet afdwingen, de natuur is nu eenmaal grillig, maar plotseling is het toch daar. Door de kalender afgeroepen. Kennelijk is in mijn omgeving die roep nog niet gehoord.
Winkel na winkel is nog gesloten, de sierraden winkel, een ander, de restaurantjes, de bars de speeltuinkiosken, ze zijn gewoon nog dicht, etalage leeg, stoelen nog op elkaar gestapeld, bijeen geschoven.

Dwalend door Marmaris, een paar dagen later is het beeld niet veel anders. Hotels nog dicht, restaurants nog ontvolkt, de talloze zwembaden nog beangstigend diep en leeg. De kwaliteit van de restaurants in Marmaris rond de haven was vorig jaar matig, meer naar binnen liep de kwaliteit duidelijk op. Het is net of dat nu vandaag geen rol speelt. Onze vertrouwde adresjes van ons vorige bezoek zijn nu dicht, de kwaliteit langs de boulevard is kennelijk wispelturig. Hoe is het anders te verklaren dat twee dagen achtereen, zelfde adres, de kwaliteit zo verschilt.

Alleen de straten, overdag vol jeugd en brommers, de taxi’s en het gewone leven tel ik even niet mee, ’s avonds vol met langzaam rijdende auto’s met alleenstaande mannen, op de hoek van de straat meisjes, jonge vrouwen, bij wie de haklengte begint bij 10cm +NAP en waarvan de roklengte beter kan worden uitgedrukt in een zelfde getal 10- NAP, onder de navel wel te verstaan.

Zo’n badplaats voor het seizoen, een kille wind, koud beton, een ontluikende blaasontsteking, het doet wat Oost-Europees aan. Er wordt opmerkelijk veel Russisch gesproken om ons heen, zouden zij dit beter gewend zijn?

Zoektocht

Marmaris/Turkije

Ik snap het niet. Tijdens ons vorige verblijf lukte het ons regelmatig traditioneel Turks te eten. Nu lukt het absoluut niet, veel verder dan Adana (gehakt schijfjes) of Sish (lamsstukjes) komen we niet. We leven nog buiten het seizoen. De restaurants waar we tijdens ons vorige verblijf in Marmaris aten zijn nog dicht. Hoewel we toen anders dachten, waren dat toch niet de traditionele restaurants.

We doen navraag en krijgen wat adresjes, maar komen toch niet tot de echte Turkse schotels. Kennelijk zijn de restaurantjes waar echt Turks gekookt wordt, waar de acili ezme, de cacik, de haydari, de muhammara en de patican kizartmasi op tafel staan, voor ons nog gesloten.
Het is jammer, ook in Finike, vlak bij onze leefplek, is de keus niet groot. We hadden ons echt op Turkse schotels verheugd. Het is gek, wat de vorige keer gewoon op basis van een enkele tip mogelijk was, blijkt nu zelfs na navragen niet meer te lukken.

Het seizoen moet nog aanbreken, onze kans op koftes, op kebab, yaprak sarma komt nog. Nog even wachten dus, op de wijnbladeren met rijst, op de pijnboom zaden en kruiden, op de gestoofde aubergine met tomaten, op de pittige tomaten met ui, de yoghurtsaus met komkommer, de yoghurt met gebakken aubergine met knoflook of de walnoot met brood en citroen.

We hebben het de afgelopen jaren succesvol geprobeerd, mee eten met de locals, maar nu lukt het ons toch niet. Even wachten dan maar.

Regels

Lycië/Turkije

De noodzaak een dag een aantal zaken verder op in Marmaris te gaan regelen, maakt dat we in korte tijd twee keer een stevige afstand rijden over bergwegen langs de Turkse kust en het binnenland er achter. Het is niet het meest verlaten deel van Turkije, zelfs nu het toeristen seizoen nog niet is begonnen, is het af en toe rond de steden zelf enigszins druk.

Waar is de tijd dat mijn vader voorafgaand aan een rit in het buitenland eerst bij de ANWB het inlichtingenblad ging halen met de verkeersregels voor het betreffende buitenland. C. leest ze me voor uit de Lonely Planet, het lijstje is summier, wat maximum snelheden en een enkele waarschuwing. Dat laatste intrigeert, gewaarschuwd worden voor het verkeersgedrag in het land waar je te gast mag zijn.

Ik heb er geen behoefte aan de autoriteiten voor de voet te lopen, of rijden eigenlijk. Vanaf het plaatsnaambord laat ik in lijn met de Lonely Planet mijn snelheid terugvallen tot de aanbevolen 50 km per uur. Onmiddellijk geef ik gas bij, ik lijk wel spookrijder, dan maar 60-70,een soort compromis tussen de regel en de kennelijk gangbare gewoonte binnen de bebouwde kom. Honderden keren herhaalt zich dit, er lijkt maar een regel te heersen, namelijk, dat er geen regels bestaan. Stilstaand voor het stoplicht rijden 6 auto’s naast me gewoon door het rode licht, niet rechtsaf wat nog is te bevatten, maar links, gemakshalve de drie-baans tegemoetkomende snelweg overstekend waar net het verkeer ook lekker door mag gaan.

Turkije vernieuwd en verbreed in hoog tempo haar wegennet. Onvermijdelijke moet er af en toe met gematigde snelheid en inhaalverbod vanwege de tegenliggers langs de nieuwbouwplaats gereden worden. Zo niet mijn Turkse medeweggebruikers, met veel elan, een slalomskier zou er zijn pet voor af doen, rijden voortdurend Turkse mannen mij al slingerend tussen de paaltjes en tegenliggers door voorbij. Geen 30 of 50 zoals is opgedragen, maar gewoon 70 of 90.

Speciaal vanwege de Turkse behoefte aan spanning zijn veel wegen 3-strooks aangelegd, een voor jezelf, een voor de tegenliggers en een om samen te delen. Het heeft wel iets, met 2×100 op elkaar in te rijden en er dan toch voor te zorgen dat het net weer goed afloopt. Dat er met onderbroken en doorgetrokken strepen van overheidszijde geprobeerd wordt brokken te voorkomen lijkt niemand te deren.

Neen, 800 kilometer in twee dagen, het lijkt er niet op dat de waarschuwing in de Lonely Planet ten onrechte was. De Turkse chauffeurs, mannen, ze lappen de regels compleet aan hun laars. Hoewel, het zondigen vindt zo stelselmatig plaats dat het voorspelbaar is, dus toch een verkeersregel. “Wat er ook gebeurt, ze doen het toch anders“.

Wel wat vermoeiend, na 400 kilometer ben ik behoorlijk bekaf.