Maandelijks archief: mei 2014

Panne

Simi/Griekenland
Ik vraag om een vers brood. De dame achter de kassa schudt haar hoofd en wijst op de diepvries. Ik herhaal mijn vraag nog eens, de afgelopen dagen had ze toch wel vers brood?

Het is het enige winkeltje hier in de baai van Pethi. Wie wat wil hebben gaat gewoonlijk over de heuvel heen naar de andere kant, naar Simi, de hoofdplaats op het gelijknamige eiland. Een uur in de warmte over de berg.
De bus is stuk vertrouwt ze me toe. Ik begrijp dat dagelijks er een paar broden voor haar winkeltje met de bus mee worden genomen. Dan maar het diepvriesbrood vandaag. Ik keer terug naar huis.

De twee plaatsen liggen vlak tegen elkaar aan. Alleen die lastige steile heuvelklim er tussen! De bus is een lokale voorziening. Het houdt de verbinding in stand tussen de twee plaatsen. De lokale bewoners betalen niet, alleen de gasten. Er is maar één bus, meer is niet nodig om de verbinding in stand te houden. Eenmaal per uur heen en alternerend een half uur later weer terug. Twee zou niet alleen te kostbaar zijn, ze kunnen elkaar op de smalle bergweg toch niet passeren

En dan is plots de bus stuk. De hele dag zien we taxi’s af en aanrijden. Het gedwongen isolement is voor de toeristen iets teveel van het goede. Ook wij zien ons plan nog even naar Simi te gaan voor een lekkere cappuccino in rook opgaan.
We vragen het een van de bewoonsters. Ze weet het antwoord niet, verdrietig geeft ze aan dat het nog wel een paar dagen kan duren. De bus is goed stuk. Dan toch maar een taxi als we alsnog naar Simi willen of, na een tijdje, zelfs moeten. Immers ook onze voorraden zijn ondanks het kleine winkeltje aan het strand, niet onuitputtelijk.

De volgende ochtend slaan we gespannen vanaf ons drijvende huis de bushalte gade.

En dan, precies op tijd, verschijnt ze om de hoek. De gele bus.
Isolement opgeheven, er is weer vers brood.

Advertenties

Eventjes

Simi/Griekenland

Het gebeurt onregelmatig, onverwacht. Iets doet het niet. Ik moet er eventjes naar kijken.

Hoewel ik graag de indruk achter laat dat ons reizen alleen bestaat uit waarnemen, verwonderen en beschrijven blijkt de waarheid wat robuuster. Het op gang houden van onze reismachine vraagt toch meer dan alleen een minzame blik.

In de laatste weken voor ons vertrek uit Nieuw Zeeland blijkt ineens ons warmwatersysteem – een combinatie van centrale verwarming en extra boileropwarming- te weigeren. Jammer, maar weinig aan te doen. De boiler warmt zich op via de motor, de generator of de walstroom en met de tropen voor de boeg en onze douchezak al gereed, geen punt om direct van wakker te liggen.

Nu, bijna twee en een halfjaar later liggen zaken toch anders. De tropen zijn al weer een jaar achter de rug, de ochtenden zijn nog kil en wat is lekkerder dan niet alleen van de generator of walstroom afhankelijk te zijn voor warm water.

“Ik kijk er binnenkort wel naar”. Een eerste blik op de storingscode –meetellen met de knipperende lampjes- laat na een uurtje studeren in het werkplaatshandboekmanual zien wat er aan de hand is, nou ja, schijnbaar aan de hand kan zijn.

De volgende ochtend pak ik de klus wel “even” aan. Benodigde onderdeel zoeken, gereedschap erbij pakken, bakskist leeghalen, fluitje van een cent. Tenminste als een uur voorbereiding zo mag heten. Het lastige is, bij ons aan boord, maar denk ik zo ongeveer op iedere boot die niet superlang en luxe is, dat ieder hoekje, kastje, bakje en gaatje, zo er al geen “apparaat” in is weg gebouwd, toch in elk geval vol zit met gereedschap of reserve onderdelen.

Het ziet er op papier zo eenvoudig uit. Nog steeds een fluitje van een cent, alleen waarom staat er nu niet beschreven hoe je de kachel in volgorde uit elkaar haalt? 12 werkuur later, inmiddels al weer de volgende dag, heb ik weggeborgen in een hoekje van de bakskist, de kachelunit gedemonteerd in stukjes, moertjes en boutjes op een rijtje liggen en snap ik alles van de kachel. Nog een uur later zit de kachel weer in elkaar. Druk op de knop en …
… zij doet het weer!
“Eventjes” wat bijgeleerd. Verandering of niet, ik kan het nog, hooguit wat langzamer en zorgvuldiger, dat dan weer wel.

Zwart

Simi/Griekenland

De Grieks Orthodoxe kerk achter ons dwingt tot ontwaken. Er is een nieuwe dag begonnen.
Nu het weer zich wat verbeterd en de ochtenden al vroeg voldoende warmte hebben, wordt het ook weer aantrekkelijk buiten te ontbijten.

Iedere ochtend opnieuw, zo rond half acht, lopen ze daar achter ons langs. Voorover gebogen, de last van hun leven meetorsend, volledig in het zwart. Een puur Grieks tafereel van alle tijden.
Ze lopen altijd gedrieën achter elkaar, nooit zijn ze met meer. Nooit worden ze vergezeld door man, kinderen of kleinkinderen. Zijn het zusters? Zijn het buurvrouwen? Ik weet het niet. Ik geef ze een naam, De Zwarte Weduwen. Ze zijn stipt. Keurig op tijd schuifelen ze heen. Keurig, een uur later lopen ze in processie weer terug.

Dan breekt de regelmaat. De klok beiert niet meer. Ineens ontbreken ook mijn in het zwart geklede weduwes. Dagenlang duurt dit gemis. Dan is het er plots weer, de beierende klok, de drie zwarte weduwes.

Ik vermoed dat Simi slechts één praktiserende orthodoxe priester heeft. Een kerk per week, meer kan hij niet aan.
Of zij echt weduwe zijn weet ik niet. Het maakt eigenlijk ook niet uit. Het tafereel is zo treffend Grieks. Voor mij is het voldoende zo.

Verlaten illusie

Simi/Griekenland

We varen aan de rand van Europa. De rand van de economische verwachting. Hier liep de economische hoogmoed klem, raakten verwachtingen in de kiem gesmoord, legde Brussel maatregelen op in plaats van een handtekening onder de zoveelste investeringscheque te zetten.

Jarenlang kwamen we bij onze tochten langs de randen van Europa en haar binnenzeeën steevast borden tegen met de mededeling dat deze investering, een haventerrein, een kade, gebouwen, een jachthaven, aangelegd werd met steun vanuit Europa. Steunmaatregelen, voor regionale ontwikkeling die in de miljoenen liepen.

Achter ons ligt een lange betonnen kade muur. Een enkel zeiljacht heeft zich er tegenaan gevleid. Het beton is stoffig in de loomwarme middagzon. Het beton is nog onbewerkt, met iedere windvlaag zie ik wat gruis neerdalen op de onfortuinlijke boot. Waarschijnlijk ligt ze gratis, dat mag ook wel als je niets anders geboden krijgt dan een vrije ligplaats, geen water, geen veiligheid en bescherming, geen elektra, geen service, niets.

Er steken metalen strips uit. Ooit bedoeld om pontons aan te koppelen. Lange steigers met vingerpieren, klaar om tientallen, in de dromen misschien wel honderden boten een veilige plaats te bieden.
De droom is voorbij, althans voorlopig. De stekker is uit de investering getrokken, de laatste bouwkraan en betonmolen weer ingepakt.

Ooit begin jaren tachtig lag Seaport Marina, in ons eigen Noord-Hollandse IJmuiden, er ook zo bij. Leeg, verlaten en half afgebouwd.

Rondvarend langs de Griekse eilanden tref ik dit beeld telkens weer, soms zelfs meerdere keren per eiland. Grote betonprojecten, havendammen en pieren vol rotsblokken, soms het staketsel van een voorzieningengebouw, ooit bedoeld voor de toiletten, het restaurant, de entreebalie van de marina. Kaal, doods en stoffig. Autoriteiten ontkennen dat de patiënt in coma ligt, om over het overlijden nog maar niet te spreken.

Iets zuidoostelijk van Mandraki, Rhodosstad, liggen de steenstortingen van de nieuwe jachthaven, een grote rotsblokkendam die de nieuwe marina moet beschermen. In een vaaratlas uit 2009/2010 wordt deze oplossing van het havenplaatsinfarct gloedvol beschreven. 350 ligplaatsen erbij moet veel van de opstopping in de binnenhavens verlichten, gereed in voorjaar 2010 staat er volgens mij bij. Updates van het boek blijven optimistisch voorjaar 2011,zomer 2012, voorjaar 2013.Elk jaar is het prijs en is de haven geschikt voor gebruik. We voelen nattigheid, juli 2014 antwoordt het verantwoordelijk management. Als we er langvaren bespeuren we nog steeds geen activiteit.

Het is triest. Overal op de eilanden zijn er lokale initiatieven door gemeente of eilandbestuur. Een betonnen kademuur, een stenen havendam en dan is het op. Ooit, in de stoutste dromen is gepland dat daarna een investeerder het stokje over neemt. Werd verwacht, werd gepland, werd voorzien. Niemand voorzag de teruggang van de wereldeconomie, niemand verwachtte dat Griekenland geen cent meer te spenderen had, niemand had verwacht dat tientallen, honderden gelijke plannen allemaal de ijskast in zouden gaan. Dat de Europese regionale steun verworden zou tot staatssteun om bankroet te voorkomen.

Alleen een aantal Turkse marinaconsortia, het “grote geld”, die bekommeren zich nog om de haven initiatieven, geen liefdadigheid meer maar puur commercieel gewin. Alleen een Amerikaanse investeringsconstructie legt nog nieuwe chartervloten in het water. Delaware, een winstmarge voor de eigenaren van tientallen procenten.

De kademuur ligt er inmiddels verlaten bij de metalen uitsteeksels geven te veel bedreiging. Het jachtje is voor anker gegaan. Een verlaten illusie, het zal nog wel even duren voor er weer leven in de patiënt wordt gepompt.

Open huis

Simi

Het havenfront laat veel gaten zien. Het is als een slecht verzorgd gebit. Gaten en rotte plekken wisselen af met pareltjes schitterend in de voorjaarszon. De Griekse eilanden ontvolken, van de kleine stille plaatsjes naar de hoofdplaats van het eiland, van de eilanden naar de grote steden, of zelfs elders Europa in. Toch is er nog hoop.

Zondagmiddag, het is niet overdreven warm. De zon hoeft nog niet ontvlucht te worden. De plaats, de haven toont zich nog op haar mooist. De overweldigende mid-middag zon heeft het leven nog niet in haar verzengende greep. Er verzamelt zich op het dorpsplein een groep jonge Grieken, dit keer niet opgeschoten of luidkeels door elkaar pratend, geen oudere mannen die duidelijk in het gesprek nog in de lead zijn, neen. Deze groep, mêleert samengesteld, zelfs drie vrouwen, heeft een andere achtergrond. Het is zelfs de vraag of het wel een groep is, of slechts een bij toeval zo ontstane verzameling. Ieder is voorzien van een zojuist uitgereikt papier.

Dan zet de groep zich in beweging. Al snel valt de groep uiteen tot een lang lint. Alsof een excursie in de gemoedelijkheid van de middag zijn vorm aan het vinden is.
Er is een verschil. Een excursie zou toch snel ook aandacht geven aan de vissers op de bootjes, het klooster hoog op de berg, de Grieks orthodoxe kerk vlak achter het havenfront.

Met vastberaden tred richt de groep zich op het eerste onbewoonde huis. Deuren gaan open, even is er tijd voor een blik op binnen en buitenkant, dan gaat het weer door. Stelselmatig zien we de groep verder trekken, van huis naar huis, alle slechte plekken in het havenfront afwerkend.

Sommigen huizen worden overgeslagen. Geen deelnemer aan de openhuizenroute misschien?

Full throttle

Rhodos/Griekenland

Een vergeten baaitje, hooguit honderd strandliggers delen het met ons, op afstand. Wij liggen als enige in het baaitje, centraal.

In de loop van de ochtend begint het, elk kwartier één. Kleine speedbootjes, steeds weer gelijk bemand. Aan het stuurwiel, trots rechtop staand, de gashendel in z’n hand. De man, met hoofdletters, trots op alle power onder hem die hij controleert. Voor hem, in het bakje in de neus zijn vrouwelijke scheepsmaat, vrouw, vriendin, maakt niet uit. Iedere keer weer in bikini.
Vlak om de hoek van onze baai, beginnen de resorts, met de bus, een halfuur lang aaneengesloten, all-inclusive. Kennelijk zijn de speedbootjes dit ook, inclusief.

Iedere man die de hoek om komt scheuren doet hetzelfde. Volle vaart, tot vlak bij mij, dan gaat het gas eraf en wordt een rondje gemaakt en begint het nekverdraaien, dan langs de bikini’s op het strand en daarna weer langs me weg, nog een keer de nekverdraaid en gas erop.

Het staat stoer, de nauwelijks een paar minuten volgas, daarna wordt er gematigd. Krijgt zij daar voorin het soms koud? Tot hij het wel weer mooi vindt en de gashendel weer stevig aanpakt. Voor een paar minuten, dan is er de volgende baai en begint het spel weer opnieuw.

Je vraagt je af of het telkens dezelfde man is met dit zo over stereotiep gedrag, maar neen, alle mannen dragen een ander shirtje, zo’n vakantie hemd dat je naar je werk niet aan durft te doen.

Ik denk dat ze gewoon standaard geprogrammeerd zijn. De bootjes wel te verstaan

Uithangbord

Simi/Griekenland

De afgelopen jaren zijn we echte ankerspecialisten geworden. Ik beweer niet dat het altijd goed gaat, maar een score van 99% halen we toch snel. Laat nu net in die 1% onze bijna stranding in Caleta Ola, Chili, vallen. Die vergeten we liever snel. Als echte specialisten slaan we de verrichtingen van boten in onze omgeving gaande. Als ze even later toch weer van hun anker slaan weten wij als “beste stuurlui” natuurlijk meteen hoe dat komt. Althans dat pretenderen we maar even.
In de Pacific ging het verhaal van charterhuurders die halverwege de week de verhuurder bellen dat de ankers op zijn. Wisten zij veel dat je dat touwtje ook vast moet binden.

Een paar honderd meter verderop, aan de stenen loskade, ligt een Franse boot, laten we haar voor het gemak maar Athena noemen. Mooi gepoetst en vooral met een waanzinnig mooi glimmend anker. Niet iedere boot hier op de Middellandse Zee ankert graag. Net als in ons eigenland vaart menig boot nooit. De lefhebbers onder bootbezitters met “ankerangst“ varen af en toe naar een volgende haven, even een paar uur de lijntjes los, even een uurtje geen kabel-tv, even geen stroom voor airco of vriezer.

Ik kijk nog eens goed naar de Athena als we er met de bijboot langsvaren. Er klopt iets niet, er is iets vreemds. Dan zie ik het, midden op het prachtig glimmende anker –het is nog als nieuw- staat niet het merk of het type, maar gewoon Athena. Het is alsof je je naam op je voorhoofd laat tatoeëren. Speciaal ingegraveerd als opperste vorm van sierlijst voorlangs.
Prachtig zo’n anker om nooit te gebruiken, stel je voor dat er modder in de gravering komt. Ik zie er wel wat in, net als de makelaarsbordjes langs de weg, een uithangbord, iedereen vind zo maar de weg. Ik hoor het al zeggen “bij de Athena links af en dan drie boten verder, rechts om de hoek.

Een voordeel heeft het wel zo’n anker met eigen naam, als je hem gebruikt hoeft je nooit meer een ankerboeitje te leggen, tussen de honderden ankers vind je het vast zo terug.

Illegaal

Kalkan/Turkije

We worden in de loop van de laatste week juni in Marmaris, Turkije verwacht. De eerste mijlpaal in een reeks die onze hele planning tot medio 2015 dekt. Ons plan is de Griekse Dodecanese zo snel mogelijk in noordwestelijke richting door te trekken om daarna in kleine stapjes zuidoostwaarts af te zakken naar Marmaris. Ingeklaard op Meyisti staat ons een stevige afstand te wachten als we in een keer door willen gaan naar Rhodos. Afgezien van de slechte naam die Rhodos hoofdstad Mandraki heeft, -waardoor geen weldenkend mens ooit zal bedenken daar naar toe te willen gaan met een zeilboot- is het de enige reële optie als dichtst bijgelegen Grieks eiland in de rij.

De haven faciliteiten in Mandraki zijn zeer schaars. Voor een loslopend jacht in de zomermaanden onbereikbaar gezien de overvloed aan gereserveerde plaatsen voor charterjachten en gullets. In voor en na seizoen bieden illustere firma’s ligplaatsen voor één of meerder jachten aan, 150 euro bemiddelingskosten, verhoogt met de normale kosten van de ligplaats van rond de 75 tot 100 euro. 250 euro voor een nacht, geen haar onder mijn hoofddoekje!

De volle dag oostenwind, de nasleep van een stormachtige wind die over ons heen trok. Een geschenk uit de hemel, zo veel oostenwind komt hier in deze tijd niet voor. Het is nog donker als we om 05.00 opstaan, we zullen onze tijd hard nodig hebben om op tijd bij het beoogde baaitje op Rhodos te zijn.

Als het rond 5.30 licht is, vertrekken we. Nauwelijks onderweg, draait de wind steeds meer tegen. Kaapeffect rond de eilanden denken we nog naïef. Geleidelijk neemt de kracht toe. Venturieffect, veroorzaakt door de versmalling tussen de eilanden, of anders katabolische effecten, zo kort onder de bergen roller de koude windbuien over ons heen. Na een paar uur staat er 25 knoop wind tegen, bij elk steeds groter wordend golfdal vallen we bijna helemaal stil.

Er zit niets anders op dan af te buigen naar de Turkse kust, binnen een half uur liggen we in een lieflijke baai die we nog kennen van vorig jaar. De wind giert af en toe om ons heen.

Illegaal in een baai. Als de tegenwind wat terugloopt kunnen we weer door. Of dat morgen is? Kennelijk zijn onze weervoorspellers toch niet zo goed.

Port Control

Meyisti/Griekenland

Port Control, Port Control, Port Control… Christien roept de havenautoriteiten op van het piepkleine Griekse Meyisti, een van de zuidelijkste stukjes Europa.

Een bijzonder moment, iets meer dan 6 jaar na ons vertrek uit Nederland, rond de 68 maanden nadat we Cadiz in Spanje achter ons lieten en aanstuurden op de Marokkaanse kust van Afrika, zijn we weer even terug in Europa. Minder dan twee maanden blijven we de komende tijd op de Griekse eilanden, dan verlaten we Europa weer en keren terug naar Azië, Turkije. Een gedwongen visumvlucht.

Maanden geleden wikten we en wogen we rondom ons visum voor Turkije, uiteindelijk hakten we de knoop door en “gingen” ervoor een Resident Permit te bemachtigen. Althans, dat dachten we. Nauwelijks in Turkije aangekomen bleken de regels toch weer veranderd. Ineens was zo’n permit toch voor ons niet weggelegd. Goede raad is duur, immers op allerlei manieren, -vliegtickets, reisplannen, afspraken over herstel van de foute dekverf- lag ons verblijf in Turkije allang vast voor een periode van een maand of 5-6.

Er zit niets anders op dan het roer krachtig omgooien. We ontvluchten Turkije voor een week of 7-8. De afhandeling van ons overhaast vertrek verloopt vlot, zij het dat de ambtenaar die plots nog een paspoort in onze map met papieren treft wil weten wie die vluchteling, die norse oude man zonder Turks visum, is. Pas als ik mijzelf toon, de vrouw op het id-bewijs –met visum- en hij de gegevens vergelijkt kan ik er mee door. Hij zal het nooit begrijpen, die man zonder visum die niet aan boord was. In Griekenland doen we het handiger, het paspoort blijft gewoon aan boord. De twee dames worden netjes ingeklaard. Geen vuiltje aan de lucht, welkom in Europa.

Meyisti, met onze snelheid nauwelijks een halfuurtje varen van Azië. Op de wal tref ik wat groepjes mensen, duidelijk niet afkomstig van hier. Even komt de gedachte in me op hoe simpel het moet zijn vanuit Azië of Afrika via Turkije naar Griekenland over te steken. Deze plek, zo simpel en dichtbij de overkant, dit zou toch niet het over het hoofd geziene gaatje naar het veilige Europa zijn?

Niets lijkt erop te wijzen dat de grens hier echt zit dichtgespijkerd. Integendeel, zo welkom en gastvrij heb ik me al in jaren niet meer gevoeld.

Contrast

Meyisti/Griekenland

In nog geen 30 minuten maak je de oversteek. Er zijn maar weinig plaatsen, buiten Istanbul waar Azië en Europa zo dicht aan elkaar grenzen.

We hebben veel wind als we, noodgedwongen, uit Turkije vertrekken. In 6 uur snellen we langs de kust op weg naar onze Griekse stop, Meyisti of Kastellorizou. Een microscopisch Griekse eilandje, recht tegenover Kas op nauwelijks een halfuur van Turkije.

Ooit hebben de Turken hier de scepter gezwaaid, aan het begin van de plaats, gedrappeerd rondom een popperige havenbaai, staat nog een moskee, compleet met minaret. Hier geen regelmatige oproep van de iman. In Turkije konden we er de klok op gelijk zetten, hier een half uurtje verder in Europa zijn het de kerkklokken die voor ons de tijd aangeven.

Ik vind het fascinerend hoe twee landen, zo dicht bij elkaar zo kunnen verschillen. We gaan voor anker vlak voor een van de tientallen tavernes die aaneen gesloten het havenfront vormen. Waar we in Turkije, in Finike, eigenlijk geen uitgesproken uitgaansleven tegen kwamen, wat traditionele restaurants en een enkele disco daargelaten, rollen we er in Meyisti zomaar midden in.

Het is nog vroeg in het seizoen, ik denk dat er net zoveel toeristen zijn als tavernes, maar nog voor het anker er in gaat, wordt er al gedanst en geschoten –ik denk losse flodders. Alleen het traditionele werpen met de borden is me ontgaan.

Het eiland heeft zwaar onder vuur gelegen in WO 1. Je schijnt de sporen van de bombardementen nog te kunnen zien in het grote aantal huizen dat in puin ligt. Ik kan het moeilijk beoordelen, zeker is dat er inderdaad nog veel in puin ligt. Toch heeft het aantal goed gerestaureerde huizen en gebouwen in redelijke staat veruit de overhand. Het eiland ontvolkt, de Turkse overheid zit er handenwrijvend op te wachten. Een oud verdrag zegt dat ooit het eiland aan Turkije terugvalt.

Huizen in zuurstokkleuren, door de felle zon en de tand des tijds, teruggebracht tot een kleuren waaier vol pasteltinten. Ik ben verrast, ineens kijk ik aan tegen een haven front vol Griekse gevels, zuiltjes en friezen zoals die in de Griekse oudheid niet hebben misstaan.

De kade voor de tavernes blijft tot laat in de avond bezet, tientallen mannen, Grieken, bevolken de tafeltjes. Nu geen Turkse mannen die hun spel spelen maar Grieken, de kinderen spelen er tot laat tussen door. Nu eindelijk geen hoofddoekjes meer, behalve dan die van mijzelf, een bescherming van mijn nieuwe “haar” tegen de verwoesting van zon, wind en zout.

Het is als een openluchtmuseum. Wij zijn er te gast.