Maandelijks archief: juni 2015

Douche

We zijn het na al die jaren nauwelijks meer gewend, douchen binnen, in de natte cel aan boord. Natuurlijk de eerste jaren, in april/mei tijdens de maidentrip en later in de jaren in Scandinavië en in de Golf van Biskaye, dan liet je het wel uit je hoofd buiten in de kuip. Maar eenmaal op de lange vaart, Spanje, Portugal, West Afrika, Zuid Amerika en, nog later de Pacific en Azië, wordt douchen lekker, al dan niet in bikini, buiten in de kuip gewoon. Alleen Patagonie, daar blijft het douchen in de voorverwarmde natte cel de enige mogelijkheid.

Eenmaal in Turkije, liggend op onze winterstek, ontstaat een nieuwe genoegen; douchen in de goed verzorgde sanitair complexen op de wal. Warm water, regendouche, een lekkere föhn en vooral veel aan en uitkleedruimte. Een genot. Alleen in Nieuw Zeeland mochten we eerder op onze reis dat genoegen ervaren.

Je raakt verwend, in gedachten wat door de douche beneveld. Op weg van Turkije naar “huis”, Griekenland, Italië, Frankrijk, verwacht je een opbouwende luxe in douche comfort. Nog meer vierkante meters, nog meer marmer, nog meer glanzend roestvrijstaal.

De spiegeling vertekent. Dat blijkt al snel. Hebben we in Griekenland nog beperkte voorzieningen en redelijk warm water –maar wel voor ons zelf!- blijken we het in Italië alleen nog maar in gemeenschap te kunnen doen, gebroken spiegels, sanitair uit de muur, deuren die niet langer afgesloten kunnen worden, samen met andere dames gezamenlijk uitkleden. Alleen achter het gordijntje, inzepen en afspoelen dat kun je alleen nog doen. Het is nauwelijks grappig, aan de prijs zal het niet liggen – of toch wel- hoe hoger de prijs per nacht hoe abominabeler de voorziening. Tot 100 euro per nacht, douchen in een soort werkkeet.

Gelukkig biedt de Riviera verlichting, de prijs gaat omlaag en ineens komen er weer douche paleizen, bidet/toilet/wastafel en douche, geheel individueel.

Het is bijna een omgekeerde wereld daar in Italië; hoe luxer en duurder de haven, hoe slechter het sanitair. Zouden de bootjesmensen het alleen nog maar thuis durven te doen?

Advertenties

Strak

Perfect gestyled, geen kreukje te zien. 180m2 aan de wind vertrouwt de eigenaar me desgewenst toe. Net vroeg-gepensioneerd, partner met leuke handschoentjes; perfect broekje met versterking op het zitvlak. Ze gaan het samen doen.

Een plaatje, zo uit de folder. Zelfs de loopplank –Benzoni- ontbreekt niet. Compleet uitgevoerd met hydraulische cilinder, op afstand bedienbaar een extra feature, weg neembaar en verzonken in het achterplatform. Verzonken luiken, gebogen in de lijn van het dek. Een plaatje in een woord.

Ooit hebben we 43 voet / 13 meter samen “genoteerd” als maximale maat. Prima met z’n tweeën te varen, beheersbaar, ook midden in de nacht aan de wind, en met een overzienbare hoeveelheid techniek. Onafhankelijk van elkaar volgen we een cursus manoeuvreren op de motor; just in case zal ik maar zeggen.

De twee koppige bemanning naast ons, beide zestig plus, logenstraft al onze redeneringen. Bijna 60 voet stralend strak design. Dat er vier man haven personeel nodig zijn om heer/mevrouw naar hun plek te loodsen met veel boegschroef geweld laten we maar even buiten beschouwing.

Als ik de buurman de volgende dag even spreek is hij na mijn complimenten -jammer genoeg heeft hij weinig oog voor complimenten over onze wel heel mooie geschilderde romp/dek- vooral trots. Bijna 18 meter, een lust voor het oog, alles hydraulisch. Ze gaan de komende jaren duidelijk genieten op de Middellandse Zee. Ze hebben hem net twee dagen, dit weekend net uit de mal gerold.

Even later varen ze weg.

Alleen? Bij het verlaten van de box keren ze in de vaarrichting door afwisselende de boeg en hekschroef te gebruiken; het roer is kennelijk nog nieuw, het wordt niet aangeraakt. Misschien iets om ooit ook het roer te gebruiken, in combinatie met het schroefwater, wel zo effectief.

Schaduw

Wrmm, wrrmm, wwrmm. Ergens om ons heen klinkt onmiskenbaar het geluid van een boegschroef. Het is net of de eigenaar iedere vijf minuten wil controleren of zijn boot wel in positie blijft. Het blijft gissen waar het geluid vandaan komt. Nauwelijks een paar minuten laten klinkt het volgende wrrmm al weer uit een andere richting. Het lijkt wel of iedereen hier de boegschroef blijft gebruiken tijdens het diner.

Eigenlijk liggen we wat ingebouwd. Soms tref je een haven die zichtbaar ontworpen is in een andere tijd; een tijd dat 28 of 30 voet de norm was. Met moeite, de boegschroef uitgeschoven, dan weer naar SB sturend dan weer BB sturend werken we ons er meter voor meter in. Deze haven is net het tegenovergestelde, ooit ontworpen in jaren van grandeur en overdrijving. Toen we gisteren aankwamen –voor het eerst in weken wordt het aantal masten met twee of meer zalings ruim overtroffen door het aantal wit plastic zeekastelen van drie of vier verdiepingen hoog- konden we er nog makkelijk in.

Inmiddels leven we in de schaduw. Alleen onze windmeter in de mast brengt nog verslag uit van het leven boven, voor de rest zijn we zo ongeveer afhankelijk van internet om te weten of de zon schijnt. Ingeklemd tussen twee zeekastelen –ooit geweten dat Riva niet alleen sexy motorboten produceert maar ook deze 50 voet+ strijkijzers?- valt er geen licht meer op het dek, zelfs het aangenaam warme dek heeft een kouder gevoel aangenomen.

San Remo, ooit grandeur, nu vergaan. Het heeft veel weg van een oude dame, gepleisterd met rouge en teveel make-up. De schaduw van de jaren dertig, toen de oude dame nog populair was, kan het verlopen karakter niet succesvol verholen. Alleen de overkill aan wit torenhoog gebouwd drijvend kapitaal roept herinnering op aan de jetset.

Morgen bij het wegvaren toch de boegschroef maar gebruiken, naast het kaartprogramma een must bij het vinden en varen van je weg.

Pantoffel parade

Nog een dagje en de wind gaat draaien en maakt een eind aan ons “uitliggen”. Een paar dagen geleden op jacht naar een telefoon/internetsim viel ons in de bovenstad het aantal leuke boetiekjes op. Italiaans design!. Het is nog vroeg in de morgen als we ons plan trekken. We zijn er op gekleed.

Dagen al bereiden we ons er op voor dat we ons boetiekbezoek – zoveel mooie jurken, leuke jasjes, schoenen en tassen kwamen we op onze wereldreis maar zelden tegen- moeten plannen als een museum bezoek. Dat wil zeggen kijken maar niets meenemen, of passen daar dan ook buiten valt laten we maar even in het midden.

Nauwelijks onderweg valt ons de grote drukte op. Het verkeer wordt zelfs door de politie met de hand geregeld. Al die drukte? Al snel wordt duidelijk dat los van de bakker en de groentemarkt er niets open is, zeker geen boetiekjes. Plots gaat ons een lichtje op.

Nationale feestdag.

Daar zitten we dan, ons dagje shoppen en kijken in het watergevallen. Ineens wordt het duidelijk waarom er zoveel mensen over de kade bij onze boot voorbij schuifelen.

Dringend verlegen om privacy leggen we alleen maar “bow-to” aan. Om nu via de bijboot op de wal te moeten klimmen gaat ons wat te ver. Over de vermakelijkheid van twee vrouwen die zich via de bijboot naar de wal klauteren hebben we het maar niet.

Tot ver in de avond lijkt het wel open huis. Honderden schuifelen langs voor onze neus. Een ware pantoffelparade.