Maandelijks archief: augustus 2015

Lorelei

Jaren geleden, ergens in het eilandenrijk tussen Helsinki en Stockholm, vervielen we ineens in de rol van Lorelei. De beminnelijke schone die schippers zo kon afleiden dat hun boten te pletter sloegen op de rots aan haar voeten.

Terwijl we liggen, roer op/zwaard omhoog, op nauwelijks 80 centimeter water, vlak onder de oever van een vrijwel verlaten Fins eilandje, komt tot twee keer toe een zeiljacht naar onze steiger. Terwijl de schipper vol oog is voor onze mooie plek onder de wal, verliest hij even de diepemeter uit het oog. Een doffe dreun, klapperende verstaging en een bleek uitgeslagen schippersvrouw is het gevolg. Met 1.50 of 1.80 diepgang kun je nu eenmaal niet zo dicht aan de oever van zo’n Fins “Bounty”eiland komen.

Terwijl we ons de Rhône opzwoegen lopen we steeds meer tegen de verzanding van havens aan. Als we bij Valence de bocht iets te nauw nemen tikken wij ook even tegen die zandbank. Heel langzaam dwingen modder en zand je snelheid eruit. Het recept is simpel, gewoon het zwaard iets omhoog pompen, vijf minuten later liggen we voor de wal. Een prachtplek, op de kop van de eerste steiger –met zoveel verondieping heeft verder de haven invaren weinig zin. De mistral houdt ons een paar dagen vast. Het is regelmatig prijs. Mede zeiltrekkers zien ons liggen, denken dat het met die diepgang wel goed zit en lopen genadeloos vast.

Met veel wringen en duwen worden de meesten naar binnen gesleept –hoe komen die hier ooit nog weg?- of kiezen met veel trekhulp achterwaarts het hazenpad.

Lorelei, de vrouw die zoveel harten in beroering bracht, gelukkig kan je van ons zo iets niet zeggen, twee vrouwen ten spijt verleiden wij ze in elk geval niet tot de ondergang.

Het heeft z’n voordeel, zo’n ophaalbaar roer en zwaard.

Advertenties

Parkeren

Het doet het goed in reclamefilms over wereldsteden havens, de schier eindeloze parkeerterreinen vol nieuwe Aziatische auto’s of met een kleurenscala aan containers. Wij komen regelmatig de mediterrane variant ervan tegen.

In tegenstelling tot de jachthavens in ons Nederlands plassengebied, zijn de haven rond de Middellandse Zee bepaald niet meer alleen in gebruik voor dagtochtjes of weekendjes weg. Maandenlang liggen de witte droompaleizen, met mast of zonnedek, zich alleen te vermaken, wachtend op terugkeer van de eigenaars.

Wat is mooier dan deze rusttijd niet in het water door te brengen, scheelt aangroei en de jaarlijkse schilderbeurt. Meteen na onze ontscheping in Marmaris/Turkije worden we er al mee geconfronteerd. De eindeloze terreinen vol opgeborgen jachten, ver van de bewoonde wereld met maar een doel, een botenpakhuis.

Maanden later als we in Port Saint Louis de Middellandse zee achter ons laten, zijn we er inmiddels aangewend. Duizenden boten, keurig op rij gezet, strakke rijroutes voor de portaal kraan ertussen door. Terreinen, keurig met aanwijsbordjes die naar de velden verwijzen. Het doet wat denken aan het parkeren op Schiphol “L6, Grazende Koe, C4/15” of zo iets.