Maandelijks archief: april 2016

Blokje om …

Het voelt als de jongste bediende die meteen na haar rijexamen de Masserati van de baas achteruit een klein steegje in mag parkeren.

Het is zondagmiddag, het zomerseizoen staat voor de deur. Overal om ons heen zijn boten bewoont, zitten eigenaren lekker met hun kopje thee in de zon.

Na een winter op een mooie stek komt binnenkort de oorspronkelijke gebruiker van ons plekje weer terug. We moeten verkassen; 200 meter, vier keer het hoekje om.

Geen probleem zou je zo zeggen, met tientallen jaren zeilervaring, meer dan 40.00 zeemijl in de laatste tien jaar moet dat toch wel lukken.

Ooit waren havens ingericht op het met vernuft van roer en wielwerking; klapje vooruit, roer dwars en weer een klapje achteruit maken van kloeke manoeuvres.  Die tijd is wel voorbij. Sinds de grootschalige omarming van boeg en hekschroef zijn er flink wat steigers bijgebouwd; midden in het manoeuvreerwater wel te verstaan. Inbreien zoals dat in de stedenbouwkundige wereld heet.

Moedig pakken we de opdracht op. Heel voorzichtig varen we stapvoets de box uit. Een paar flinke stoten van de boegschroef, geholpen door wat duwtjes van de hekschroef in de rug, draait ons in no-time 90 graden om; de eerste hoek.

70 meter verder, we naderen stapvoets, zetten we het roer dwars. Een extra dotje gas zet de “kont” mooi om.  25 meter verder, hetzelfde recept; weer twee hoeken gehad.

Her en der om ons heen trekken onze bewegingen aandacht, de eerste mooie dag sinds tijd en meteen al actie; logisch dat hoofden meedraaien in elke bocht.

Stapvoets, in de laagste gasstand naderen we onze nieuwe plek. De vraag blijft natuurlijk hoe we dit slim aanpakken; waar stuur je op aan? hoeveel gas? krijgen we de boeg voldoende om? En vooral, als we dan omgedraaid liggen, ligt de kont dan netjes voor de nieuwe plek.

Iets te hard naar mijn zin lopen we aan op de boot tegenover ons plekje. Een klapje achteruit legt ons wat traag stil. Dan kan het feest met de boeg en de hekschroef weer beginnen. Terwijl voor de kop traag op een meter langs de kont van onze tegenoverligger schuift, ligt achter mijn kont nog twee meter van de achterligger af. Roerdwars en weer een klapje gas, brengt de kont langzaam wat meer recht voor onze eigen plek. Nog wat gepriegel met de boegschroef geeft weer wat meer lucht aan de voorkant, nog steeds een meter afstand, maar nu wel recht voor onze nieuwe plek.

Plopje voor plopje, schuiven we naar achter, nog vier meter, nog drie, nog twee en dan weer hard vooruit. Ondertussen houden we met boeg en hekschroef onze achteruitrij koers netjes haaks.

Net op tijd liggen we stil; onze “nieuwe buren” staan al klaar om de lijntjes aan te pakken. Vijf minuten later liggen we weer vast.

200 meter, vier haakse hoeken, het zweet kan weer worden afgeveegd.

Tja, dan kun je wel aardig zeilen; voor het eerst dit jaar even een motorboot verleggen is toch andere koek. Zeker als vrouw moet je het dubbel zo netjes doen met al die kritische blikken om je heen.  

De dag erop schiet de havenmeester ons aan. “Wie gezegd heeft dat we daar moeten gaan liggen?”  Of we de boot willen verplaatsen; “… volgende week komt de vaste gebruiker van die plaats weer terug”.

Hebben wij weer.

Advertenties

Blond?

Heel voorzichtig gloeit de verlichting feller op. Gedachteloos druk ik de schakelaar wat langer in. Soms voel ik me net een holbewoonster die in één keer probeert vanuit de steentijd in het computertijd wortel te schieten.

Ondanks dat  we er 12 jaar geleden met ons neus boven op hebben gezeten, duurde het zeker een jaar voor we de kneepjes van de technische installaties aan boord wisten te doorgronden. Hele schema’s en plattegronden heb ik getekend om te bevatten wat, waar en hoe op elkaar in kon grijpen.

In tegenstelling tot de vorige keer, 12 jaar geleden, heb ik dit keer een uitgebreid schema van alle elektrische connecties tot mijn beschikking. Toch lost ook dat nog steeds niet ieder raadsel op.

Al bij de eerste kennismaking met de Scalare kom ik een indrukwekkend apparaat tegen dat als “dimmer” in het schema staat vermeld. Langzaam aan – soms erg langzaam- kom ik er achter wat er aan geheimen in de boot schuilt. Alleen die dimmer, het lukt me maar niet daar wat meer licht op te laten schijnen. En het is al zo beperkt.

We vragen het de vorige eigenaren. Misschien weten zij waar de draaiknop van de dimmer is. of eventueel de afstandsbediening. Misschien ligt ie wel extra goed opgeborgen aan boord. Maar helaas, ook zij kunnen ons niet helpen.

Tot ik maanden later nog steeds niet weet hoe ik er mee  verder moet.

Een mooie schakelaar schakelt ze prachtig aan en uit, maar verder, van dimmen geen spoor.

En dan op een dag vergeet ik mijn vinger van de knop te halen. Hel, heel langzaam neemt het licht niveau toe. Verbijsterd over deze noviteit, haal ik mijn vinder nog steeds niet weg. En ziet, het licht niveau neemt net zo gemakkelijk weer af.

Ik schreef het al, soms duurt het even voor ik een zo’n laatste geheim ontsluierd heb.

Dom? Blond?

Gas; ik heb er zin in!

Vandaag effe mijn gas controleren; ik heb er zin in! Het heeft wat weg van de reclame slogan: Vanavond effe alle bijlagen van mijn lijfrente polis doornemen; ik heb er zin in! Je hoort het bijna nooit. Een onder geschoven kindje. Liever gezellig aan een wijntje dan even checken of je gaskeur soms verloopt.

Nog een paar weken en het seizoen breekt weer aan. Breaking news; explosie op een motorboot. Bijna altijd gaat het om gas. De tijd van exploderende benzinetanks ligt, voor wat betreft de kajuitboten, alweer een tijd achter ons. Helaas vaak ook met doden en gewonden en, nauwelijks te vermijden, veel schade; ook bij de buren.

Ons gas-keuringscertificaat loopt af; tijd voor vernieuwing. Nog maagdelijk en lelieblank op dit terrein, leggen we ons oor te luisteren bij de havenmeester. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat we, zeilend over de wereldzeeën, ook geen kans zagen ons “gascertificaat”, voor de volgens de voorschriften aangelegde installatie, te vernieuwen. We vervingen jaarlijks gewoon maar alle kwetsbare delen. We zijn dus nog helemaal blank op dit terrein.

We vragen eens rond, bij de havenmeesters, wie er regelmatig gaskeuringen doet op de haven. Verwonderd kijkt hij ons aan. Nee, een naam heeft hij zo niet. Hij zal eens informeren. Iemand die de keuring van de gasinstallatie kan doen; nee dat komt zo vaak niet als vraag bij hem langs.

Wat rondzoekend op internet vinden we wel een paar adressen, ook de havenmeester geeft ons na verloop van tijd een adres. Alleen de prijzen van zo’n nieuw certificaat, da’s niet mis. Hoewel, als je zo kunt voorkomen dat je je boot te vroeg opnieuw moet laten intimmeren en schilderen, dan is  dat ook wel wat waard.

Toch zit het me niet lekker; de stevige prijzen, een havenmeester die zo’n vraag maar weinig krijgt, is die eis van de verzekeraars dan een wassen neus? Is het een fabeltje dat jachthavens belang hechten aan dit stuk veiligheid?

Gelukkig tref ik de volgende dag een firma op de haven die kennelijk een gaskeuring voor iemand verzorgd; valt me weer mee, ik was al bang dat ik de braafste van de klas zou zijn. Toch blijft het apart, zo’n belangrijk thema en zo weinig aanwijzingen dat het serieus wordt aangepakt.

We nemen het risico niet en kunnen een paar dagen later ons nieuwe gascertificaat in de armen sluiten. Nu maar hopen dat onze buren in de havens waar we straks gaan komen diezelfde wijsheid met gas hebben opgebracht. Dat ze vandaag toch ook hun gas laten controleren; dat ze er zin in hebben, dan heb ik het ook.

Captain Irish

De maan is nieuw en net op. Ze stelt nog maar nauwelijks iets voor. De nacht is massief zwart en ondoordringbaar in de tropen. Zo gaat dat op hier in de aanloop van de Indonesische Riau-eilanden; dan is het licht aan en dan van het ene moment op het ander, zie je niets meer om je heen. Mijn wacht loopt al even. Plotseling wordt het schaarse licht van het micro sikkeltje maan ineens volledig weggenomen. Vlak naast me, nauwelijks 150 meter verderop, schuift een massief zwarte wand langs me heen. Mijn adem stokt; geen navigatielicht, geen AIS-signaal, nee niets heeft de komst van dit massief grote schip aangekondigd. Minutenlang is mijn donkere wereld verduisterd. We zitten midden in een piratenregio. Uit angst ontdekt te worden varen ook wij zonder radar en navigatielicht. De risico’s zijn groot. Kennelijk ook voor de grote handelsvaart reden voor een zwijgende en niet op te merken doortocht vannacht.

Af en toe vervallen we in de terugblikmodus; even terug naar de mooie momenten van onze wereldreis. Soms gebeurt er alleen iets wat je confronteert met een heel ander facet van de reis; word je ineens gevangen door angst voor gevaar.

Aangetrokken door het “verhaal” zetten we ons voor de buis. De kaping van de Maersk Alabama in 2009; een bloedstollende thriller rond de kaping van het vrachtschip en de afschuwelijke gijzeling van de kapitein; Captain Irish zoals de hoofdbandiet hem noemt in de film. Terwijl ik kijk word ik steeds meer gevangen. Word ik geconfronteerd met een beeld, een actie, een risico waar ik altijd bang voor ben geweest. Ineens staan al mijn zintuigen op scherp.

In de schaduw van alle zonsondergangen die in de afgelopen jaren met ons mee opvoeren schuilt een onaangenaam gevoel. Wie huis en haard achter zich laat neemt een zeker risico. Risico’s die je zelf beseft, maar helaas maar tot op zekere hoogte kunt beheersen. Het is net of pas in de loop van de reis ook andere risico’s tot me doordringen. Je kunt van alles vooraf incalculeren, technisch en qua gezondheid. Risico’s die onder controle te krijgen zijn, maar hoe doe je dat met ongewenste bezoekers?

Het is een oude discussie in vertrekkers fora; neem je een wapen mee en schiet je ze meteen in de voet? Of leg je je erbij neer dat je tegen een indringer weinig kunt doen, een wapen is daarin niet op z’n plaats. Agressie roept agressie op, zeg maar. We kiezen bewust voor de “non-violence” aanpak; hoewel, een stukje scenario hebben we wel bij de hand –motor op full speed, boeg dwars op de aanvaller en een vuurpijl met het alarm pistool recht op de brandstoftank. Je krijgt maar één kans.

Gespannen varen we de monding van de Gambiarivier uit, de oceaan op, op weg naar de overkant. Precies zuidelijk ligt de Casamance; een gebied met een negatief reisadvies vanwege de veelvuldige overvallen op individuele reizigers. Gezien de beschreven ervaringen van voorgangers houden we ieder vissersbootje dat onze kant op lijkt te komen gespannen tegen het licht. Pas na drie dagen raken we minder gespannen, we zijn boven het Sierra Leone Basin voldoende ver van de kust.

Maanden later, we liggen voor anker in de bocht van een smal kronkelende rivier, net terug van de vredige Albrahoseilanden, liggen we in het Braziliaans Atlantisch kustoerwoud. Tientallen kilometers van de bewoonde wereld dobberen we gankerd eenzaam te midden van de apen en vogels. Het is al laat en stikdonker als we ineens voetstappen horen aan dek. Ik bedenk me geen seconde, storm naar buiten en duw de man die ik aantref, onder de noodkreet “Distância” met een resoluut gebaar terug over de zeerailing. Ik hoop dat hij terugvalt op het bootje waarmee hij gekomen is. Ik geef zijn bootje een grote duw; laat zijn maat, die ik nu pas achterop ontwaar, hem maar verder helpen. De traagstromende rivier neemt hem mee. Het is donker, ik volg hem verder niet. We doen de zwemtrap niet naar beneden.

De ervaring zet een kras; een stuk van mijn onschuld en naïviteit ben ik wel kwijt. Geen moment gaat meer voorbij zonder dat we kleine bootjes die ons hinderlijk lijken, volgen. Bootjes die opduiken op de radar of aan de horizon verschijnen, we slaan ze met kloppend hart gade. Er is pas weer ruimte om adem te halen als het stipje is verdwenen.

Dan die nacht in de Riau-eilanden; die zo nadrukkelijke confrontatie met het piraterijrisico. Als we knopen moeten door hakken over het vervolg van de reis zijn we er snel uit. Terug naar de Middellandse Zee zoeken we het risico niet langer op. Een maand of negen later worden we in Phuket geladen, we liften mee met Sevenstar aan dek van een vrachtvaarder op weg naar de Med. Voor ons geen confrontaties meer met overvalsrisico’s; voorlopig ik heb voldoende angstzweet gehad.

Kijkend naar Captain Irish word ik geraakt. Het is beklemmend om te zien hoe hij gevangen wordt gehouden; hoe meedogenloze piraten beschikten over hem en-nagenoeg- zijn leven. Wat ben ik blij dit nooit te hebben meegemaakt. Nooit meer het risico dat ons beider kinderen huis en haard moeten verkopen om ons tegen beter weten in “vrij te kopen”, of nog erger, ingeritst op Schiphol te mogen afhalen.