Tagarchief: angst

Captain Irish

De maan is nieuw en net op. Ze stelt nog maar nauwelijks iets voor. De nacht is massief zwart en ondoordringbaar in de tropen. Zo gaat dat op hier in de aanloop van de Indonesische Riau-eilanden; dan is het licht aan en dan van het ene moment op het ander, zie je niets meer om je heen. Mijn wacht loopt al even. Plotseling wordt het schaarse licht van het micro sikkeltje maan ineens volledig weggenomen. Vlak naast me, nauwelijks 150 meter verderop, schuift een massief zwarte wand langs me heen. Mijn adem stokt; geen navigatielicht, geen AIS-signaal, nee niets heeft de komst van dit massief grote schip aangekondigd. Minutenlang is mijn donkere wereld verduisterd. We zitten midden in een piratenregio. Uit angst ontdekt te worden varen ook wij zonder radar en navigatielicht. De risico’s zijn groot. Kennelijk ook voor de grote handelsvaart reden voor een zwijgende en niet op te merken doortocht vannacht.

Af en toe vervallen we in de terugblikmodus; even terug naar de mooie momenten van onze wereldreis. Soms gebeurt er alleen iets wat je confronteert met een heel ander facet van de reis; word je ineens gevangen door angst voor gevaar.

Aangetrokken door het “verhaal” zetten we ons voor de buis. De kaping van de Maersk Alabama in 2009; een bloedstollende thriller rond de kaping van het vrachtschip en de afschuwelijke gijzeling van de kapitein; Captain Irish zoals de hoofdbandiet hem noemt in de film. Terwijl ik kijk word ik steeds meer gevangen. Word ik geconfronteerd met een beeld, een actie, een risico waar ik altijd bang voor ben geweest. Ineens staan al mijn zintuigen op scherp.

In de schaduw van alle zonsondergangen die in de afgelopen jaren met ons mee opvoeren schuilt een onaangenaam gevoel. Wie huis en haard achter zich laat neemt een zeker risico. Risico’s die je zelf beseft, maar helaas maar tot op zekere hoogte kunt beheersen. Het is net of pas in de loop van de reis ook andere risico’s tot me doordringen. Je kunt van alles vooraf incalculeren, technisch en qua gezondheid. Risico’s die onder controle te krijgen zijn, maar hoe doe je dat met ongewenste bezoekers?

Het is een oude discussie in vertrekkers fora; neem je een wapen mee en schiet je ze meteen in de voet? Of leg je je erbij neer dat je tegen een indringer weinig kunt doen, een wapen is daarin niet op z’n plaats. Agressie roept agressie op, zeg maar. We kiezen bewust voor de “non-violence” aanpak; hoewel, een stukje scenario hebben we wel bij de hand –motor op full speed, boeg dwars op de aanvaller en een vuurpijl met het alarm pistool recht op de brandstoftank. Je krijgt maar één kans.

Gespannen varen we de monding van de Gambiarivier uit, de oceaan op, op weg naar de overkant. Precies zuidelijk ligt de Casamance; een gebied met een negatief reisadvies vanwege de veelvuldige overvallen op individuele reizigers. Gezien de beschreven ervaringen van voorgangers houden we ieder vissersbootje dat onze kant op lijkt te komen gespannen tegen het licht. Pas na drie dagen raken we minder gespannen, we zijn boven het Sierra Leone Basin voldoende ver van de kust.

Maanden later, we liggen voor anker in de bocht van een smal kronkelende rivier, net terug van de vredige Albrahoseilanden, liggen we in het Braziliaans Atlantisch kustoerwoud. Tientallen kilometers van de bewoonde wereld dobberen we gankerd eenzaam te midden van de apen en vogels. Het is al laat en stikdonker als we ineens voetstappen horen aan dek. Ik bedenk me geen seconde, storm naar buiten en duw de man die ik aantref, onder de noodkreet “Distância” met een resoluut gebaar terug over de zeerailing. Ik hoop dat hij terugvalt op het bootje waarmee hij gekomen is. Ik geef zijn bootje een grote duw; laat zijn maat, die ik nu pas achterop ontwaar, hem maar verder helpen. De traagstromende rivier neemt hem mee. Het is donker, ik volg hem verder niet. We doen de zwemtrap niet naar beneden.

De ervaring zet een kras; een stuk van mijn onschuld en naïviteit ben ik wel kwijt. Geen moment gaat meer voorbij zonder dat we kleine bootjes die ons hinderlijk lijken, volgen. Bootjes die opduiken op de radar of aan de horizon verschijnen, we slaan ze met kloppend hart gade. Er is pas weer ruimte om adem te halen als het stipje is verdwenen.

Dan die nacht in de Riau-eilanden; die zo nadrukkelijke confrontatie met het piraterijrisico. Als we knopen moeten door hakken over het vervolg van de reis zijn we er snel uit. Terug naar de Middellandse Zee zoeken we het risico niet langer op. Een maand of negen later worden we in Phuket geladen, we liften mee met Sevenstar aan dek van een vrachtvaarder op weg naar de Med. Voor ons geen confrontaties meer met overvalsrisico’s; voorlopig ik heb voldoende angstzweet gehad.

Kijkend naar Captain Irish word ik geraakt. Het is beklemmend om te zien hoe hij gevangen wordt gehouden; hoe meedogenloze piraten beschikten over hem en-nagenoeg- zijn leven. Wat ben ik blij dit nooit te hebben meegemaakt. Nooit meer het risico dat ons beider kinderen huis en haard moeten verkopen om ons tegen beter weten in “vrij te kopen”, of nog erger, ingeritst op Schiphol te mogen afhalen.

 

 

 

Advertenties