Tagarchief: Franse kanalen

Kun je even …

Voor me ligt een bebaarde oudere stuurman in de sluis. We hebben er de komende dagen nog een flink aantal te doen; stevige sluizen met een verval van soms meer dan 3 meter, hoewel kort 38,50 meter, nog altijd zo’n 583 kuub water, 2500 ligbaden per keer.

Bijna 190 sluizen telt het kanaal dat we varen. De sluismeester stelt het op prijs als u mee helpt bij het schutten; althans volgens de gids. Rondom het schutten heb ik toch niets omhanden, dus een beetje lichaamsbeweging kan geen kwaad. Even helpen een deur dicht of open te doen, de schuiven in de deur te bedienen terwijl de sluismeester de tegenoverliggende deur bedient, is dan een kleine moeite. Gestoken in een fluorroze shirtje ontgaat de stuurman voor me in de sluis mijn bijdrage in elk geval niet; het oog wil toch ook wat.

Eenmaal aangelegd doe ik alvast de deur dicht aan mijn kant van de sluis. De sluismeester laat nog op zich wachten. Deze zaterdag is hij verantwoordelijk voor een aantal sluizen achter elkaar en hij is waarschijnlijk nog bezig op een andere sluis.

De stuurman wordt ongeduldig en drukt af en toe op de toeter. Ik laat hem maar en wacht geduldig af.

Plots, als ik even mijn hoofd naar buiten steek, spreekt de hij mij aan. Kun je ook de andere sluisdeur dicht doen en beginnen met schutten?

Hij is verbaasd als ik zijn verzoek naast me neerleg. Helpen is toch iets anders dan de verantwoordelijkheid nemen voor die 2500 ligbaden waterval. Apart volk toch af en toe, die oudere bootjes mensen. 

Advertenties

Tunnelvisie

Ik zie maar één ding; de halve boog licht, nauwelijks een puntje ver voor me uit. Strak gericht kijk ik met één oog naar het punt op de reling naast me. Ik heb mezelf een strikte order meegegeven; wat er ook gebeurt, dat punt moet blijven rusten op de langzaam langskomende balk vijftig centimeter naast me op de wand.

Het kanaalgidsje zegt dat ik de balk nog meer dan twee kilometer strak –op vijftigcentimeter- aan stuurboord moet houden. Ik moet rechtdoor blijven sturen. Ooit was het een methode van de politie om de staat van dronkenschap te bepalen, vragen aan de verdachte om een paar meter in een rechte lijn te lopen. Moeilijk? Ja, weet ik uit ervaring. Zelfs als je broodnuchter bent.

Een van de vernuftige vindingen in het 19e eeuwse Franse kanaal”bouwen” is het overbruggen van bergruggen in het landschap door het kanaal niet over de berg, maar door de berg te leiden. Een variant op het Engelse kinderrijmpje “Going on a bearhunt – We can’t go over it. We can’t go under it. We’ve got to go through” De Franse gingen duidelijk “through”; liefst zo small en zo donker mogelijk.

Als ik één ding nooit geleerd heb in mijn vaarcarrière is dat toch wel tunnelvaren.

Gelukkig staan ze op de kaart goed aangegeven. Je weet in elk geval waar je aan toe bent; aan het eind ligt een lolly.

Ik ben niet claustrofobisch, maar je zou het bijna worden. Vond ik de Franse Rhônesluizen al imposant als je van “beneden naar boven” werd geschut en zo’n twintig meter hoge grafkelder in voer; dit is zo mogelijk nog beangstigender.

Stap voor stap vaar ik de tunnel in, het klamme zweet telkens weer afvegend aan mijn broek. Eenmaal gewend aan het duister neem ik ook de uitgang al weer waar. Als een lolly die gloort aan de horizon. Minuten kruipen voort, net als de meters. Een schril alarm vertelt dat ook de laatste signalen uit de buitenwereld –gps en AIS- wegvallen. Het klammig vocht druppelt gestaag naar beneden vanaf het plafond –moet ik nu met de ruitenwissers “aan” door een tunnel varen?

Pas minuten later begint het halve rondje in omvang te groeien, komt het einde wat naderbij. Gespannen houd ik mijn afstand tot de wand vast; ik tel de tijd af.

Dan ook groeit de verleiding, neemt het lef toe om de snelheid te verhogen, geeft de omvang van de “halve maan van licht” voor me vertrouwen.

Ik geef gas; mijn lolly is verdiend.