Tagarchief: lycië

Achter de heuvels

Lycië/Turkije

Het is vanaf het water moeilijk een inschatting te maken van kleur, geur en uitvoering van het binnenland. Net zoals het bijna onmogelijk is aan de landkant een voorstelling te maken van het geheel van baaitjes en rotspunten die de Turkse zuidkust van Lycië zo kenmerkt. Wij hebben geluk en kunnen het allebei.

Het is fascinerend. Volkomen onverwacht rijden we bergwegen, nemen haarspeldbochten en lopen van het ene op het andere moment aan tegen gigantische verschillen in microklimaat. De Italiaanse populier (Populus Nigra), die hele hoge smalle die je zoveel tegenkomt in ons eigen land als erfafscheiding, blijkt een mooie graadmeter. In eigen land is ze zeker niet de vroegste met uitlopen, hier even min. Het is heel apart om, voor of na een bergrug, ineens dalen te treffen waarin ze al bijna vol in blad staat en dan weer een dal waarin de knoppen nog maar nauwelijks beginnen te zwellen. Er tussenin talloze variaties in kleuren van geelachtig grijs (net begonnen) tot frisgeel/groen (al een stuk op streek).

Als er iets is dat de streek onmiddellijk achter de Lycische kust van Turkije kenmerkt, is het toch wel die gigantische streep van kassen, zeker 200 kilometer lang en op sommige plaatsen wel 20 kilometer breed. In tegenstelling tot ons eigen Westland, zijn de kassen, type halfronde nissenhut, afgedekt met plastic. Van een glazen stad kun je dus niet spreken. Toch zijn de meeste ook hier voorzien van ingewikkelde ventilatiesystemen en ramen die naar wens gesloten of geopend kunnen worden. Terwijl we er door heen rijden, nu in het voorjaar zijn het vooral tomaten die worden geoogst, realiseren we ons in Turkije’s groentetuin te rijden. De kilometerslange kasstraten, het overzicht vanaf de hoger geleden weg over de “plastic” stad, tot ver achter de horizon. Je bent er gewoon stil van, zeker als je je de kwetsbaarheid van zo’n concentratie kassen realiseert voor de voedselvoorziening in Turkje. Ik moet er niet aan denken dat een aardbeving zoals er zoveel in de afgelopen eeuwen deze streken hebben getroffen, de productie ineens voor maanden of misschien wel jaren stil legt.

De bergen achter de groentetuinen zijn hoog, imposant en woest. In de winter ligt er sneeuw, herhaaldelijk verwijzen bordjes naar de skigebieden. De dalen en hellingen die we passeren zijn contrasterend, dan weer zijn de dorpen pover, huizen met leem afgestreken en veelvuldig met planken hersteld, dan weer rijden we door een gemeenschap waar de huizen duidelijk regelmatig kunnen worden onderhouden, een verdieping meer, viervoudig vloeroppervlak. Hier boert men zichtbaar beter. In plaats van magere koeien en schapen, domineren hier de langgerekte boomgaarden het beeld. Een enkele wijngaard met wijnhuis, ligt tussen de rijkdom verstopt.

Iedere bergrug of schouder geeft weer nieuwe verrassingen, regelmatig stuiten we op smalle bergstroompjes, nog droogstaande beken eigenlijk, dan weer kruist een herder met zijn kudde, koeien of honderden schapen, onze weg.

Het is verrassend, de dorpen zo dicht achter de kust zijn nog heel traditioneel. Mannen in hun traditionele pakken, vrouwen, in wijde broek en hun specifieke witte muts-hoofddoek. Onder de indruk zijn we ons er ineens heel erg bewust van de vraag hoe Westerse vrouwen zich dienen te gedragen/kleden in een zo traditionele samenleving.